Binnenkijken in de verborgen hofjes van Leiden

Hou je net zoals ik van mooie tuinen, van het ontdekken van verborgen plekjes en van een glimp opvangen van het leven van anderen, dan is Leiden een stad voor jou. Hier kan je immers binnenkijken in de hofjes, verborgen tuintjes in de stad waarrond vaak piepkleine woningen staan.

Die hofjes dateren uit lang vervlogen tijden – de eerste hofjes ontstonden zelfs meer dan 500 jaar geleden – toen mensen van goede komaf iets goeds wilden doen voor de stad. Op kleine stukken grond tussen huizenblokken bouwden ze – vaak piepkleine – huisjes rond een gemeenschappelijke tuin. De bewoners mochten er niet alleen gratis wonen, maar kregen vaak ook voeding en kleding toegestopt. In ruil moesten ze zich heel netjes gedragen. De stichters hoopten zo hun plek in de hemel te verdienen. Dat de hofjes vaak de naam van een heilige of een bijbelse plaats kregen, is dan ook niet toevallig: het kon de stichters alleen maar helpen bij het krijgen van een ticket richting het paradijs. En geef toe, in de middeleeuwen hebben ze zo ongetwijfeld het leven van heel wat mensen beter gemaakt. De stichters kozen trouwens zelf wie in hun hofje mocht wonen. Sommigen verkozen alleenstaande vrouwen en weduwen, andere hofjes waren dan weer voor bejaarde koppels.

Blik in het verleden

Ooit waren er in Leiden trouwens een 50-tal van deze bijzondere woonvormen, nu schieten er nog 36 over. En nu volgt het goede nieuws: in 21 van die hofjes kan je nog binnenkijken. De makkelijkste manier om dit te doen, is aan de hand van de wandeling ‘Leidse hofjes’, die je kan verkrijgen bij VVV Leiden. Zelf vond ik het alvast heerlijk om door de stad te dwalen en halt te houden bij enkele van de meest bijzondere hofjes.

Neem nu het Sint-Salvatorhof, gesticht door de priester Paulus Claesz de Goede, die stamde uit een rijk Leids geslacht en in zijn testament bepaalde dat zijn erfenis voor een hofje voor ongetrouwde vrouwen en weduwen gesticht moest worden. Iets wat ook gebeurde: de executeurs van zijn testament kochten een oude kaatsbaan op, en bouwden er 12 huisjes, naar de twaalf apostelen. In het tweede deel van de vorige eeuw werd het hofje grondig gerenoveerd door de Stichting Leidse Studentenvestiging, en nu wonen er studenten. En helaas voor hen, is dat niet meer gratis.

Een van de hofjes die mij het meest kon bekoren, is het Van der Speckhof, vlakbij de Pieterskerk. De oprichter was de rijke timmerman Pieter Gerritsz Speck, die achter zijn huis acht huisjes bouwde. Ondertussen werden de acht piepkleine woningen verbouwd tot vier kleine huisjes, maar het hofje is nog altijd uiterst charmant. Nadat je door de opvallende poort en een gangetje langs de tuinmuur bent gewandeld, kom je in het piepkleine tuintje terecht, dat omringd wordt door witte huisjes. Vanuit het tuintje kan je trouwens doorsteken naar de Lange Brug. Hier vind je trouwens een doorgang met een heel bijzondere naam: de Gekroonde Liefdepoort.

Vlakbij is ook het Jean Pesijnhof, gesticht door vluchteling Jean Pesijn, die uit het Noord-Franse Rijsel kwam en na de dood van zijn dochter tijdens de pestepidemie van 1655 besloot om een hofje te stichten voor oude getrouwde mensen van de Waalse gemeenschap in Leiden. Na de dood van Jean kocht zijn vrouw Marie de vervallen huisjes achter de Engelse poort, waar ooit dominee John Robinson en een aantal andere gevluchte Engelsen toevlucht gezocht hadden, vooraleer ze de oversteek naar Amerika maakten.

En zo heeft elk hofje wel zijn eigen bijzonder verhaal, die je gelukkig in de brochure van de wandeling kan ontdekken. Die brochure kost 6,95 euro en kan je verkrijgen bij VVV Leiden. Daar kan je ook terecht voor gidsbeurten langs de hofjes.

Ga je op ontdekkingstocht langs de hofjes? Houd er dan rekening mee dat de hofjes nog altijd bewoond zijn en gedraag je zoals jij graag zou willen dat onbekenden zich in jouw tuin zouden gedragen: met veel respect en in stilte.

Plaats een reactie