Villa Cavrois stond al langer op mijn verlanglijstje, dus toen ik onlangs naar het Noord-Franse Roubaix trok, mocht een bezoekje aan deze modernistische woning niet ontbreken. Ik had hele hoge verwachtingen, en de villa stelde niet teleur. Integendeel.

Al moet ik deze tekst meteen met een correctie beginnen: Villa Cavrois bevindt zich niet in Roubaix, maar in het nevenliggende dorpje Croix, op een boogscheut van het centrum van de grote buur én in een prachtige villawijk. Villa Cavrois zelf werd gebouwd tussen 1929 en 1932, in opdracht van de rijke textielondernemer Paul Cavrois. Die vroeg aan architect Robert Mallet-Stevens om een woning voor een gezin met zeven kinderen en huispersoneel te bouwen. Cavrois was in 1919 getrouwd met Lucie Vanoutryve, de weduwe van zijn broer Jean die de Eerste Wereldoorlog niet overleefde. Lucie had drie kinderen met Jean, en kreeg er ook nog vier met Paul.
Woning voor een groot gezin
‘Woning voor een groot gezin in 1934: lucht, licht, werken, sporten, hygiëne, comfort, spaarzaamheid’. Mallet-Stevens, die trouwens Belgische roots had, voegde daar nog de geavanceerde technologieën van die tijd aan toe: centrale verwarming op stookolie, verlichting, ventilatie, lift, telefoon en radio in elk vertrek. De architect, die zich voor zijn eigen oeuvre liet inspireren door de Weense architect Joseph Hoffman (van het Stocletpaleis in Brussel), Frank Lloyd Wright, de Bauhaus-beweging in Duitsland en de Nederlandse beweging De Stijl, tekende niet alleen voor de woning, maar ook het volledige interieur en de tuin. Het modernistische gebouw werd dus als totaalkunstwerk ontworpen, maar dan wel eentje met 1.840 m2 bewoonbare oppervlakte.

Villa Cavrois is dus gigantisch groot, ook al is dat vanaf de straatkant niet te zien. Pas wanneer ik na een bezoek aan de ticketshop in het voormalige bewakershuis de tuin inwandel, krijg ik het enorme gebouw in mijn vizier. De gele bakstenen, de verschillende niveaus en de vele details zijn indrukwekkend. En dan weet ik nog niet hoe bijzonder het oog voor detail van Mallet-Stevens was. Neem nu de witte bollen bij de rozelaars aan de voorkant van het huis… Die zie ik in het huis zelf terug in de vorm van de ronde lampen die in quasi elke kamer aanwezig zijn, en vaak ingewerkt in het plafond zitten.

Bijzondere details
Symmetrie en strakke lijnen zijn alomtegenwoordig, al zorgt Mallet-Stevens ook voor speelse details, zoals de blauwe steentjes in de overkapping bij de voordeur, die voor een mooi lichteffect zorgen. Of de keuken die de ronding van de muur volgt. Let ook op de bijzondere lichtknoppen, die altijd perfect gealligneerd zijn met de deurklinken. Dat oog voor detail alweer. Het parcours leidt van de hal, de keuken en de bijkeuken naar de eetkamer van de kinderen en de eetkamer van de ouders, het bureau en de rookkamer, en twee jongenskamers, elk met hun eigen badkamer. Een van die jongenskamers brengt trouwens een hommage aan De Stijl, met felgekleurde muren, polychrome meubelen en een zwartgelakt plafond, waarin ik mezelf net niet gespiegeld zie.






In de gang word ik instant verliefd op de lift, met deuren van Jean Prouvé. Al heeft die met de trap wel een grote concurrent. De rechte trap heeft plaats gekregen in de ronde toren, waardoor je via een grote halfcirkelvormige opening een prachtig zicht op de tuin krijgt. Op de eerste verdieping zijn er twee vleugels: links die van de kinderen, met opnieuw kamers en badkamers, én één niet gerestaureerde kamer. Die toont de staat waarin het gebouw eind vorige eeuw verkeerde, maar daarover later meer.


De vleugel van de ouders is iets helemaal anders. Hier valt nog meer dan elders in het huis op dat Mallet-Stevens niet echt veel budgettaire beperkingen had. Vermoed ik toch. Vooral de badkamer met dressingzone is adembenemend mooi. Een fantasie in wit marmer. Wist je trouwens dat een deel van het meubilair dat je in het huis ziet origineel is? Andere meubels en decoratie werden getrouw aan het origineel nagemaakt, en geplaatst zoals op de foto’s van vroeger te zien is. Nog een trap hoger zien we de speelzaal en studeerkamer van de kinderen, én een prachtig dakterras, met heel wat groen. Een groot verschil met de andere terrassen – en dat zijn er nogal wat – rond het huis, die er heel kaal bijliggen.

Kelder met geschiedenis
Terug buiten is het nog niet gedaan met de pret: via de zijkanten van het huis kan je ook de kelderverdieping bezichtigen, met in de garage een film over de restauratie. Want het huis heeft een bewogen geschiedenis gekend. Van 1940 tot 1944 werd de villa bezet door de Duitse troepen en raakte het beschadigd. Toen de familie terugkeerde naar het pand, in 1947, werd het hersteld en werden twee autonome appartementen voor de zonen Paul en Francis ontwerpen door architect Pierre Barbe. Die werken waren in 1959 klaar, waarna de familie tot in 1986 in de villa bleef wonen. Een jaar later werd het gebouw met de gronden verkocht aan een vastgoedmaatschappij, die het park wou verkavelen. In 1990 werd de villa een historisch monument, maar dat maakte niet echt veel indruk op de toenmalige eigenaar, die de villa liet verkommeren. Plunderaars gingen aan de haal met de kostbare materialen, er werd al eens een vuurtje gestookt en graffiti gespoten. Pas 11 jaar later, in 2001, kocht de Franse staat het eigendom. Nog eens 7 jaar later werd het toevertrouwd aan het Centre des monuments nationaux, al was ondertussen wel al aan de renovatie begonnen. Sinds 2015, na 12 jaar restauratie, is de villa toegankelijk voor het publiek.
In de keldergang zelf speelt nog een video, met foto’s van de lamentabele staat waarin Villa Cavrois anno 2001 verkeerde. Het is ongelofelijk dat de villa er nu weer uitziet zoals vroeger. Al zal het water in het zwembad er vroeger, toen de familie er nog woonde, ongetwijfeld minder groen uitgezien hebben dan nu het geval is. Let trouwens ook op de ingebouwde springplanken bij het zwembad. Mallet-Stevens dacht werkelijk alles aan.


Mijn bezoekje aan de Villa heb ik afgesloten met een wandeling in de tuin, inclusief een uitgestrekte waterpartij waarin de villa mooi weerspiegeld wordt.
Je leest het, ik ben diep onder de indruk van dit pareltje en kan je een bezoek alleen maar aanraden. Wist je trouwens dat op amper 5 minuutjes wandelen de Mallet-Stevenstuin ligt? Een mooie parktuin met tal van architecturale elementen, ideaal om je bezoekje aan Villa Cavrois even te laten bezinken.
Villa Cavrois, avenue John Fitzgerald Kennedy 60 in Croix. Een ticket kost 11 euro. Bezoeken kan van dinsdag tot en met zondag, van 10 tot 18 uur.
Een gedachte over “Pareltje in Roubaix: Villa Cavrois”